Beleidsplan 2023-2028


Voorwoord 
Voor u ligt het beleidsplan 2023-2028 van de Gereformeerde Kerk te Wilsum. In grote lijnen sluiten we aan bij het beleidsplan 2016-2020 “”Bruggen bouwen = verbinding maken”. En dat hoeft op zich niet te verbazen. Want de lijnen daarin uitgezet zijn nog steeds goede lijnen voor onze gemeente. Zeker als het gaat om de uitwerking van de Bijbelse term “Levende stenen” uit 1 Petr. 2:1-10 Maar een beleidsplan vraagt na een aantal jaren om herbezinning en herijking en om aanpassingen aan de huidige situatie. Want de gemeente en de context waarin zij staat is altijd in beweging. Maar de basis onder dat alles is en blijft  dat wij met elkaar een levende gemeente van Christus willen zijn. “Want “De kerk is niet een bedrijf dat we moeten redden, de kerk leeft van verbondenheid met Jezus Christus; we volgen Hem. Daarom zeggen we niet: Jezus is daar waar de kerk is, maar: waar Jezus is daar is de kerk”(Visienota “Van U is de toekomst”, Protestantse kerk, Utrecht augustus 2020, blz. 12).
In dit beleidsplan gaat het er om om te laten zien hoe we kerk willen zijn: voor onze Heer Jezus
Christus, voor elkaar en voor de wereld waarin wij leven. Dit beleidsplan verwoordt hoe de Gereformeerde Kerk van Wilsum er op dit moment uitziet, wat haar visie is op  gemeente-zijn en welke weg zij vanuit deze visie wil gaan de komende jaren. 
 
Kerkenraad Gereformeerde kerk Wilsum
 
Voorzitter:  J. Marskamp                                                                     Scriba: H. v.d. Wetering 
 
 
 Wilsum, januari 2024



H 1. Een schets van onze gemeente – Wie zijn wij?
 

Wij zijn een confessionele Gereformeerde kerk in het kleine IJsseldorp Wilsum. Wilsum was heel lang een kleine gemeenschap, waar iedereen elkaar kende en het overgrote deel kerkelijk betrokken was. De laatste jaren is er door nieuwbouw en instroming van niet-Wilsumers een andere dorpssamenstelling ontstaan. Een deel van de nieuwe dorpsgenoten is onkerkelijk; een deel kerkt nog in de oude vertrouwde kerk die zich vaak in de nabije omgeving bevindt;  of men zoekt een gemeente van een andere signatuur, ook buiten het dorp. Dat betekent dat er, ondanks het toegenomen aantal inwoners in Wilsum, slechts een handvol nieuwe leden van buitenaf aan onze gemeente is toegevoegd in de afgelopen jaren. 
De gemeente is een kleine gemeente van rond de 200 leden en dat aantal is al een aantal jaren vrij stabiel. De leeftijdsopbouw is vrij evenwichtig verdeeld, wat we als een zegen zien.  
Peildatum: 01-07-2023
Totaal aantal leden: 198, waarvan 67 doopleden en 131 belijdende leden
Leeftijd         Aantal
0-9                    16
10-19                33
20-29                16
30-39                13
40-49                26
50-59                31
60-69                39 
70-79                13
 80+                   11
Want dat houdt en brengt leven in de gemeente!  De betrokkenheid is relatief groot wanneer men kijkt naar de kerkgang. In de ochtenddienst zijn vaak zo’n 60-90 gemeenteleden aanwezig, in de middagdienst betrof het zo’n 20-30 gemeenteleden. Voor de coronacrisis lag dat aantal hoger. De gemeente bestaat voor het merendeel uit “doeners” en dus is er enerzijds altijd wel een paar handen om te helpen waar nodig. Maar net als overal zijn de mensen drukbezet en dat betekent anderzijds dat het ook moeilijker wordt om mensen te vinden voor een taak. Zeker als deze taak veel inzet en tijd vergt. 
Onze zustergemeente in het dorp is een Hervormde gemeente van Gereformeerde Bondssignatuur. Wij zijn zelfstandige gemeentes, maar maken beide deel uit van de Protestantse kerk Nederland.
Maar we hebben de intentie om waar mogelijk tot verdere samenwerking te komen. Daartoe is in 2019 door beide kerken een intentieverklaring getekend. Daarom zijn we regelmatig in gesprek om te zoeken naar mogelijkheden om deze samenwerking voorzichtig uit te breiden. Na het samenvoegen van 74 classes tot 11 per 1 mei 2018, behoren wij tot de classis Overijssel-Flevoland. 
Als Gereformeerde Kerk van Wilsum maken wij dus deel uit van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN laat direct in artikel 1 van haar kerkorde zien waarvoor ze staat. Woorden die de moeite waard zijn om ook ons beleidsplan mee te “openen”: “De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische katholieke of algemene christelijke Kerk, die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God. Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen. Betrokken in Gods toewijding tot de wereld, belijdt de kerk - in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst - de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.”  
We zien er als het ware de twee lijnen van het kruis in. De verticale lijn wijst naar boven: wij zijn er om de drie-enige God te aanbidden en te dienen. De horizontale lijn wijst ons op en brengt ons in verkondiging en dienstbetoon naar de mensen om ons heen, in en buiten de gemeente, dichtbij en veraf. Deze beide lijnen bepalen ons bij de missie, die we van onze Heer hebben ontvangen.
 
H 2. Missie en visie

2.1. Missie – waar staan we voor?
De Gereformeerde kerk van Wilsum is allereerst een gemeente in dienst van onze Heer. Ook onze kerk valt of staat met het geloof in de Drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat geloof is het geheim van de kerk. Aan dat geloof willen we handen en voeten geven! Maar de Gereformeerde kerk van Wilsum heeft ook een geschiedenis en staat in een  protestantse en specifieker gereformeerde, confessionele traditie. Dat betekent van oudsher het toekennen van de centrale plaats van het Woord van God, de Bijbel, in de gemeente in al haar facetten. Daarnaast ziet zij het belang van de belijdenisgeschriften waarin dat geloof door de eeuwen heen kernachtig is verwoord. Voor onze gemeente is deze traditie van wezenlijk belang. Maar we zullen blijvend moeten zoeken op welke manier we die willen doorgeven in deze 21ste eeuw. Om onze visie en identiteit scherp te houden zullen we onszelf regelmatig vragen moeten stellen als: “Waarom zijn wij eigenlijk kerk ? Waar staan wij voor en hoe willen wij dat in de praktijk duidelijk en eigentijds vorm geven?”   
 
 2.2. Visie – waar gaan we voor?
De Gereformeerde Kerk van Wilsum wil in de komende jaren een stabiele confessionele identiteit behouden, waarin het Woord centraal staat. We zien het als onze opdracht een levende en betrokken gemeenschap te zijn. Een plek waar mensen welkom zijn. Een plek waar zij kunnen groeien in het geloof door de Heilige Geest en leren ontdekken wat hun gaven zijn,  om deze te kunnen inzetten voor de gemeente en de samenleving, op de plek die bij hen past. 

2.3 ‘Levende stenen’ (1 Petrus 2: 1-10)/Wat is er al gebeurd?  
Vanaf 2016 is men in de Gereformeerde kerk van Wilsum gaan zoeken naar een omslag in het kerkelijk leven, met als uitgangspunt het beeld van de  ‘levende stenen’ (1 Petrus 2: 1-10). Er zijn stappen ondernomen om gemeenteleden te stimuleren om (meer) mee te doen, zodat er meer onderlinge betrokkenheid ontstaat. Maar dat houdt ook in  het dragen en nemen van verantwoordelijkheid en het in stand houden en verder ontwikkelen van de kerk! Maar daarbij is het contact met de levende God het belangrijkste. Want zonder die geestelijke lijn en verbondenheid met de Heer van de kerk, verzanden we in puur menselijke activiteiten en activisme. Dat houdt geen stand. Het gaat erom dat we levende stenen zijn. Mensen die een levende relatie met hun Heer hebben. En vandaar uit samen een gebouw vormen, waar God wil wonen. Binnen dat gebouw mag ieder zijn of haar “steentje bijdragen”, met de gave die hem/haar is toebedeeld door de Heiige Geest. Zo wordt de gemeente gebouwd op het fundament Jezus Christus.  Maar het is niet alleen belangrijk om als levende stenen gebruikt te worden in het gebouw van de kerk. Hoe kun je ook Jezus volgen vanuit je geloof op je eigen plek in het leven? Dus hoe vinden we de verbinding tussen het geloof en het leven van alledag? In de prediking is daar meer aandacht voor gekomen; voor verschillende kerkdiensten zijn mensen –oud en jong-  ingeschakeld om iets in de dienst te doen; er zijn verschillende acties geweest om onderlinge aandacht te versterken, b.v. door mensen te stimuleren kaarten te sturen;  ook bij de catechese zoeken we in een open gesprek naar verbinding tussen het geloof en de betekenis er van voor de jeugd; er is een cursus “Kom Heilige Geest” gegeven; jonge vrouwen hebben avonden georganiseerd vanuit True You; Open Doors wordt op allerlei manieren onder aandacht gebracht; maandelijks kan men goederen inleveren voor de Voedselbank enz. 
 
2.4. Onze zorg- kerk ná corona
Wie had ooit kunnen denken dat een virus het leven zó stil kon leggen als dat het coronavirus vanaf maart 2020 heeft gedaan. De coronapandemie heeft niet alleen het gewone leven flink overhoop gehaald, maar ook het kerkelijk leven. Kerkgang werd iets bijzonders. We vierden vooral online de diensten thuis. De meeste kerkelijke activiteiten werden stil gelegd. Slechts de kerkenraadsvergaderingen en de catechisaties gingen door, deels fysiek, deels online. En de gezamenlijke ouderenmiddagen kregen een online invulling. De pandemie met haar beperkingen heeft veel met ons allemaal gedaan. Ook met de kerkenraad. “Hoe gaan we de komende maand verder?” was de vraag die bij elke kerkenraad steeds op tafel lag. Soms was het duidelijk hoe te beslissen, maar soms ook was er verschil van mening. Ook onze kerkenraad kende rekkelijken en preciezen. Toen in maart 2020 plotseling alles tot stilstand kwam, werd het moeilijk om verder te gaan met het uitwerken van het beleid voor de gemeente. De vraag is nu: Hebben we de hoofdlijn ervan kunnen vasthouden? En is dat nog steeds de lijn die we willen volgen? Of heeft twee jaar corona zaken veranderd? En moeten we ons eigenlijk herbezinnen op de vraag hoe we gemeente willen zijn? Het zal nodig zijn om de balans op te maken. Wat heeft de coronacrisis met ons als kerkenraad en met de gemeente gedaan? Gaan wij na corona op dezelfde voet verder of zullen er dingen anders gaan en/of moeten? Laten we oude vertrouwde dingen los, die we eigenlijk niet gemist hebben?  En/of blijven we nieuwe dingen, die ontstaan zijn tijdens de crisis, vasthouden? Duidelijk is dat de coronacrisis er voor heeft gezorgd dat alles veel vrijblijvender is geworden. En dat heeft wellicht gevolgen voor het beleid voor de komende jaren. 
 
Waar zetten we op in?
 
  • We zullen nog sterker in moeten gaan zetten op verbinding/relatie en betrokkenheidverbinding van de gemeente met God en de verbinding tussen de gemeenteleden onderling. Daarbij denken we ook aan verbinding tussen de verschillende generaties
  • Hierbij hoort ook: nog meer inzetten op persoonlijke geloofsgroei, d.m.v. de prediking die Woord en praktijk bij elkaar brengt, door catechese, door gespreks- of Bijbelgroepen, door huisbezoeken, in het pastoraat,door het uitbrengen van een gebedskalender en/of het stimuleren van deelname aan de gebedsweek, door het geven van cursussen enz. Want persoonlijke geloofsopbouw leidt tot gemeente-opbouw. 
     
  • Gebruikmaken van en ruimte geven aan ieders gaven en talenten (levende stenen), dus eerder gavengericht dan taakgericht denken. Gebruik van de gaven en het stimuleren om deze te ontwikkelen leidt tot geloofsgroei van degene die zijn/haar gaven gebruikt. Maar het geeft ook meer betrokkenheid en “werkplezier” en verkleint de “werkdruk”. Dat is belangrijk in een tijd waarin steeds minder mensen tijd hebben of tijd willen/kunnen maken voor een stukje “kerkenwerk”.  
 
3.Onze gemeente ná corona/het beleid voor de komende jaren
In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken en de route hoe we een gezonde en vitale gemeente zijn en kunnen blijven. Als er belangrijke vraagstukken op ons afkomen willen we het beleidsplan als een kompas gebruiken. In een beleidsplan kun je per werkveld de zaken beschrijven. Wij werken liever aan de hand van zeven kernwoorden, zoals ook in het beleidsplan 2016-2020 is gebeurd. Deze geven de zeven kenmerken van een gezonde gemeente aan. Het betreft de volgende woorden: 

1.Geloof 

2.Geworteld: Zij richt de blik naar buiten, en is daarmee (in samenwerking met andere kerkgenootschappen) geworteld in de plaatselijke samenleving.

3.Gebed: Zij vraagt zich af: wat wil God hier en nu van ons? En zoekt dus in gebed naar de leiding van de Heilige Geest.

4.Vernieuwing/groei van het geloof  

5.Gemeenschap: Zij functioneert als een gemeenschap, en is geen verzameling losstaande individuele gelovigen.  

6.Gastvrijheid: Zij schept ruimte voor iedereen en is gericht op gastvrijheid voor nieuwkomers, op mensen van binnen en buiten die op zoek zijn naar God, op kinderen en jongeren.

7.Goed:  Zij beperkt zich tot een paar taken en doet die goed, naast de basistaken zoals erediensten, pastoraat en beheer/bestuur. Dit moet op orde zijn.
 

3.1 Geloof –bezield door met hart en ziel te geloven

De Bron van het gemeente-zijn is allereerst het geloof. Dat klinkt zo vanzelfsprekend, maar dat is het in de praktijk niet altijd. Want bezield zijn door geloof  is veel meer dan alleen maar “de zaak draaiende proberen te houden en/of maar een beetje op de winkel passen”. Het is leven uit de Bron van ons leven en van ons kerk-zijn, d.i.  de liefde en de genade van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest voor ons. Dat geeft vreugde en energie om samen gemeente te zijn. Wanneer dat geloof lauw wordt of verdwijnt, dan verdwijnt ook de energie en de wil om je in te zetten voor de gemeente van de Here Jezus.
Daarom vinden we de eredienst van essentieel belang, omdat we geloven dat God zo met ons wil spreken en zich juist in de Bijbel laat ontmoeten. Wij geloven, dat God in Zijn Woord en sacrament in ons leven kan en wil komen. En dat we daarin zijn liefde mogen ervaren en vieren. In de zondagse ere-/kerkdienst willen we ons geloof voeden en van hieruit ons geloof uitdragen het dagelijks leven in. Het woord van God moet diepgang hebben, doorleefd en actueel zijn en verbinding hebben met ons dagelijks leven. In onze kerk hebben we te maken met verscheidenheid, maar in Christus willen we zoeken naar eenheid! We willen graag laten zien dat we het werk met hart en ziel in de kerk doen vanuit ons geloof. Graag willen we een aantrekkelijke kerk zijn en blijven voor de mensen die al jarenlang trouw en betrokken lid zijn, maar ook voor nieuwe generaties voor wie lang alles niet meer vanzelfsprekend is.
Wat daarbij essentieel is, is dat we ieder persoonlijk bij de Bron blijven en zo de persoonlijke relatie met de Heer van ons leven onderhouden en verdiepen: door Bijbellezen, gebed en kerkgang, het volgen van catechese, door ons geloof te delen met medegelovigen in een groeigroep/gespreksgroep/Brongroep en verenigingen, door te helpen voorbereiden van speciale diensten of het startweekend, aanwezig zijn bij een groothuisbezoek, klusjes doen etc. Daarbij zou de  gemeente een veilige en open plek  moeten zijn om het geloof te beoefenen en te doen groeien. En zo kan persoonlijke geloofsopbouw leiden tot gemeente-opbouw! 
 
Wat is er al?  
-in de erediensten wordt steeds meer gezocht naar een verbinding tussen geloof en praktijk, via de prediking;  via het delen van lievelingsliederen met een uitleg erbij; via beamerliederen; via een aantal speciale jeugd-, kinder- of gezinsdiensten; een speciale startdienst enz.
-er is een Gemeentegroeigroep, een Brongroep, er is een 25+ groep van de Hervormde gemeente en Gereformeerde kerk samen
-er zijn drie catechesegroepen in de leeftijd van 12- in de 20 die nu door het predikantsechtpaar worden geleid
-er is een groep van jong-belijdende leden die zo’n 6-8 keer per jaar samenkomt 
 
Waar zetten we op in?
- het beleggen van 3 Leven uit de Bron-avonden (of zondagmiddagen) waarbij de gemeente nadenkt over de 3 lijnen: Hart voor de Heer, hart voor elkaar, hart voor de wereld
-vanuit deze Bronmiddagen/-avonden meer Brongroepen opzetten: d.w.z. groepen waarin samen meditatief Bijbel gelezen wordt

-meer inbreng van gemeenteleden in de eredienst, b.v. door het samen voorbereiden van een kerkdienst per wijk/straat; door (opnieuw) uit te nodigen om persoonlijke liederen aan te dragen of om een persoonlijk geloofsgetuigenis te delen
-de corona-periode heeft er toe geleid dat er een camera is aangeschaft, waardoor de diensten niet meer alleen meegeluisterd kunnen worden, maar ook meegekeken. En er is veel gebruik gemaakt van YouTubeliederen vanwege het feit dat er niet gezongen mocht worden. Dat betekent wellicht dat we naast het zingen met begeleiding door de organist blijvend meer gebruik zullen gaan maken van YouTubeliederen. Deze liederen spreken een deel van de gemeente –jong en ouder!- meer aan dan de liederen uit het Liedboek. En daardoor kan ook de bundel Op Toonhoogte optimaal gebruikt worden, doordat de liederen die moeilijk te begeleiden zijn op het orgel toch gezongen kunnen worden
-de catechesegroepen blijven geleid worden door het predikantsechtpaar: dit bevordert de betrokkenheid en de band van de voorgangers met de jeugd; en voor de jeugd komt ‘de dominee’ dichterbij
-na een soort van ‘woestijnperiode’ door de coronaperiode moeten het persoonlijk huisbezoek en het groothuisbezoek weer opgepakt worden! 
Bovenstaande is een gezamenlijke roeping voor de voorganger(s), kerkenraad en gemeenteleden. 


3.2. Geworteld –in de wereld om ons heen

De tijd dat de kerk er voornamelijk voor haar leden was raakt steeds meer achter ons. We zijn steeds meer gaan zien dat de kerk er is voor de wereld. De kerk is er niet alleen voor zichzelf, maar God wil zijn gemeente gebruiken om dienstbaar te zijn aan de wereld. Het gericht zijn naar buiten zou een  “tweede natuur” voor ons moeten zijn. Het hoort onlosmakelijk bij gemeente zijn. De Geref. kerk is op een bepaalde manier echt geworteld in de plaatselijke gemeenschap. Veel van haar leden zijn intensief betrokken bij en zetten zich in voor andere zaken van en in het dorp. We noemen o.a. de voetbalvereniging V.V. Wilsum; , het multifunctioneel centrum “de Toekomst”;  Dorpsbelangen Wilsum; de gymnastiekvereniging; het jaarlijkse Oranjefeest; CPO de Thijs; christelijke muziekvereniging “Euphonia”; CBS“de Regenboog’.  
Wat betreft de kleine(re) dorpskerken is er veel in beweging. Er wordt landelijk b.v. steeds meer aangestuurd op een multifunctionele functie van het kerkgebouw omdat in veel dorpen allerlei voorzieningen wegvallen. Maar aangezien we in Wilsum prachtige andere locaties hebben is de vraag naar het gebruik van ons kerkgebouw en bijgebouw “de Ontmoeting” vrij klein. De coronapandemie heeft daar ook nog eens een rol in gespeeld, omdat verjaardagen e.d. niet in grotere kring gevierd konden worden. 

Wat is er al?
De Geref. kerk is wel bezig om de blik ‘naar buiten’ te richten. Er vindt maandelijks een inzameling plaats voor de Voedselbank Kampen, georganiseerd door de ZWO commissie. Daaraan wordt ruimhartig gegeven vanuit de gemeente. Deze commissie heeft in de afgelopen jaren het contact met het sponsorkind via Compassion weer aangehaald, door te schrijven en een extra collecte te vragen. Er is ook een oproep gedaan voor ‘Luiers voor Lesbos’: een hele bijzonder aktie met oog voor de vluchtelingen in de kampen op dit Griekse eiland. Maar het blijft lastig om concrete doelen te vinden, waar mensen warm voor lopen. 

De diaconie bepaalt één keer per jaar aan welke goede doelen ze een deel van het geld geeft dat voor de diaconie is binnen gekomen. Daarnaast wordt er ook regelmatig gecollecteerd voor een doel van “Kerk in aktie”. Daarvoor worden er in de week ervoor folders uitgedeeld om mensen op de hoogte te brengen van het collectedoel. 
Een tweetal dames uit beide kerken bezoekt de laatste jaren weer actief de nieuw ingekomen mensen in het dorp. Er wordt een tasje afgeleverd met een folder en een boekje, waardoor er even persoonlijk contact is. Dat wordt over het algemeen erg gewaardeerd. 
Eén keer in de twee maanden gaat sinds zo’n twee jaar het boeket van de kerk naar een dorpsgenoot die niet verbonden is aan één van beide plaatselijke kerken. Degene die de persoon/personen aandraagt, mag het boeket ook brengen namens de kerk. De reacties daarop zijn hartverwarmend tot nu toe! Maar het blijkt nog lastig voor de gemeenteleden om iemand aan te dragen en er op af te stappen met een boeket bloemen. De vraag is dan ook of dit initiatief wel toekomstbestendig is. 
De coronaperiode was/is een hele lastige periode voor de kerk. Tegelijkertijd heeft het de kerk ook meer in het midden van het dorp geplaatst. Er is aan het begin van de pandemie een brief naar het hele dorp gegaan vanuit de beide kerken op het dorp. Met daarin de uitnodiging om gebruik te maken van (de functie en geheimhouding van) de predikanten van zowel de Geref. kerk als  de Herv. gemeente in geval van nood. “Hulp in Wilsum” is ontstaan, als een netwerk voor het hele dorp, waardoor het oude “noaberschap” nieuw leven is ingeblazen. Hierbij waren verschillende mensen van de kerk(-en) betrokken. Met Pasen 2021 is er op elk adres van het dorp en de directe omgeving een kaart bezorgd met een blijde Paasboodschap. Het mooie is dat er in deze periode meerdere dingen door de beide kerken gezamenlijk zijn gedaan. 
-de oorlog in Oekraïne heeft ook in Wilsum veel mensen in beweging gezet. Er is een werkgroep opgezet, waar verschillende mensen uit het dorp en uit de kerken onderdeel van zijn. Zij hebben geïnventariseerd waartoe de mensen in het dorp bereid zouden zijn als er opvang o.i.d. nodig zou zijn. En ze hebben concreet geholpen bij een Oekraïens gezin dat in het dorp onderdak had gevonden. 

Waar zetten we op in?
-proberen om de onderlinge zorg zoals die (weer)  is ontstaan op het dorp vast te houden, ook ná corona, door mensen daartoe regelmatig aan te sporen via de Nieuwsbrief 
-blijven zoeken naar mogelijkheden om van betekenis te kunnen zijn als kerk, dichtbij en verder weg. Waarbij de kerkenraad/diaconie/ ZWO-commissie en college van kerkrentmeesters actief bezig moeten blijven om projecten onder de aandacht te brengen en gemeenteleden, waar mogelijk, er bij te betrekken
-blijven zoeken naar mogelijkheden die we samen met onze Hervormde zustergemeente kunnen oppakken en uitwerken en waarmee we van dienst kunnen zijn aan het dorp en de wijdere wereld
- meer publiceren van diaconale doelen en/of ontwikkelingen in de maandelijkse Nieuwsbrief door de diaconie en/of ZWO-commissie
 

3.3. Gebed –op zoek naar Gods wil

Het gebed is in feite de motor van het persoonlijke en gemeenschappelijke geloofsleven. Het is de manier om God te zoeken en de relatie met Hem te onderhouden. Het is ook de manier waarop iedere gelovige en een gemeente als geheel kan zoeken naar Gods wil. God vragen wat Hij wil met ons als persoon of als gemeente vraagt tijd en geduld vanuit een biddende en luisterende houding. Het is een zoekende houding naar hoe we kerk kunnen zijn naar Gods wil en hoe we dat kunnen doen in de praktijk van alle dag. En dat is niet alleen voorbehouden aan een werkgroep of een kerkenraad, maar die visie ontstaat uit een gezamenlijke zoektocht. Een zoektocht via een geestelijk gesprek, gezamenlijke bezinning en gevouwen handen. Dat is het ‘ideaalplaatje’ voor een gezonde betrokken gemeente. Maar hoe is de praktijk? 

Wat is er al?
In de praktijk vindt het gebed met name een plek in de eredienst. De voorganger bidt, de gemeente luistert en/of bidt mee. In een stil moment kunnen de gemeenteleden hun eigen gebed uitspreken. Een enkele keer spreekt een gemeentelid een gebed uit in een speciale dienst. Het mooie is dat er sinds zo’n twee jaar wederzijds pastorale gebeds- of dankpunten worden uitgewisseld door de Geref. kerk en de Hervormde gemeente.
Binnen de kerkenraad is er in de afgelopen jaren meer tijd voor bezinning en gebed gekomen door aan het begin van de vergadering tijd daarvoor te nemen. Eén keer in de 2 maanden vanuit het concept van Leven uit de Bron: nadenken over een Bijbelgedeelte en van daaruit proberen ‘bouwstenen’ voor de gemeente te formuleren. Dit concept zou nog beter en duidelijker toegepast kunnen worden dan nu gebeurt.
 Als het gaat om het zoeken naar wat God wil in de gemeente wordt de gemeente daartoe concreet opgeroepen via de kerkdienst en/of nieuwsbrief. B.v. als het gaat om het zoeken naar en vinden van nieuwe ambtsdragers. 
Binnen een deel van de gemeente zelf leeft verlegenheid met het gebed. Met name het hardop persoonlijk bidden en daarbij het zoeken van Gods wil is een punt waar veel gemeenteleden óf geen vorm aan weten te geven óf niet mee bezig zijn. 
Om het gebed in het algemeen te stimuleren en te ondersteunen is er tijdens een lange periode gedurende de Coronapandemie wekelijks een gebedskalender uitgegeven voor de hele gemeente, met voor elke dag een al of niet corona-gerelateerd gebeds- of dankpunt . Voor de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren 2021 is er ook een gebedskalender gemaakt. 
In de Nieuwsbrief van mei 2021 zijn er voor het eerst gebedspunten vanuit Open Doors geplaatst. Zo af en toe gebeurt dat nog steeds. Het plaatsen van gebedspunten was ook één van de aandachtspunten uit het vorige beleidsplan.
Bij de catechisaties zijn de jongelui zo af en toe uitgedaagd om in één zin hardop een dank- en/of een gebedspunt te formuleren
In de Brongroep die er is, is naast het meditatief Bijbellezen het persoonlijk bidden één van de aandachtspunten. De groep blijkt een veilige plek te zijn om te ‘oefenen’ en elkaar daarin te bemoedigen.

Door de voorganger wordt elk jaar opgeroepen om mee te doen aan de Nacht van gebed van Open Doors, via de Nieuwsbrief of persoonlijke contacten. Het animo daarvoor is tot dusver echter zeer gering.  
Sinds 2022 wordt er samen met de Hervormde gemeente invulling gegeven aan de Nationale Gebedsweek. Elke werkdag is er ‘s  avonds een kort gebedsmoment in één van beide kerkgebouwen: de beide voorgangers en de voorzitters van de beide kerkenraden zorgen voor de uitvoering.
Gemeenteleden konden vanwege coronamaatregelen de eerste keer alleen online meedoen. Intussen kan men ook fysiek aanwezig zijn en dat wordt als zeer waardevol ervaren. 
 
Waar zetten we op in? 
-allereerst blijven inzetten op het stimuleren van persoonlijk gebed
--door bij huisbezoek door de voorganger of de ouderling in gesprek te gaan over bidden en hoe wij als kerk daarbij kunnen helpen 
--door het aanbieden van de cursus “Leer ons bidden”
--door in mogelijk nieuw te vormen (Bron-)groepen ‘oefen’ruimte te bieden aan persoonlijk gebed
--door het met regelmaat vermelden van de Open Doors gebedspunten in de Nieuwsbrief 
--door het zelf organiseren van de jaarlijkse Nacht van gebed in Wilsum, indien mogelijk samen met de Hervormde gemeente
--door het organiseren van gebedsavonden in de kerk of de Ontmoeting met een ander specifiek doel
--door het blijven organiseren van de Nationale Gebedsweek, samen met de Hervormde zustergemeente
Op bovenstaande wijze hopen we het persoonlijk gebed te stimuleren, zodat het besef van de waarde en het belang ervan gaat groeien. En er ook meer een atmosfeer komt van samen bidden en zoeken naar het plan van de Heer. 
 
3.4 Vernieuwing/groei van het geloof
In een gezonde gemeente wordt vernieuwing c.q. verandering niet gezien als iets bedreigends, maar als teken van leven en groei. Daarbij gaat het om verandering die dieper gaat dan het uiterlijk. Het raakt aan normen, gewoonten, vaardigheden en geloof. Het is niet zo dat alles uit het verleden er niet meer toe doet. Nee, het is goed om het verleden te omarmen en te koesteren, zonder daarbij bang te zijn om dingen misschien anders aan te pakken. Het kan zelfs ook zijn dat de tijd van ons vraagt om ergens mee te stoppen. Soms werken dingen niet (meer) en dan vraagt dat de moed om het los te laten en  - biddend en improviserend- te zoeken naar een andere wijze van werken. Een goede balans tussen continuïteit en vernieuwing kan helpen om mensen mee te nemen in een vernieuwingsproces. 

Wat is er al? 
Voor de groei en vernieuwing van ons geloof is kennis van Gods Woord en persoonlijke omgang met de Heer onontbeerlijk. Gelukkig zijn er binnen onze gemeente tal van mogelijkheden om onderwezen te worden vanuit de Bijbel: bij de catechese, de clubs, de vrouwengroep, de gemeentegroeigroep, de Brongroep, door een cursus, tijdens de erediensten etc. Het bezoeken van een van bovengenoemde activiteiten komt ten goede aan het persoonlijke geloofsleven en de betrokkenheid bij de gemeenschap. Het blijft nodig om deelname aan alle vormen van catechese, vorming en toerusting te stimuleren. Zeker mede door de coronapandemie  wordt het een kerntaak om gemeenteleden, jong en oud, weer te betrekken bij al het kerkenwerk! 
De eredienst is één van de vormen waarbij alle gemeenteleden betrokken kunnen zijn/worden. Er zijn veel ‘gewone’ diensten, met vrijwel elke week van het jaar kindernevendienst voor de basisschoolkinderen. Er zijn per seizoen enkele bijzondere diensten voor een bepaalde doelgroep; kinderdienst, jeugddienst, gezinsdienst. Dat zijn mooie initiatieven, want hoe ingewikkeld is het om er voor te zorgen dat er in elke dienst voor iedereen iets wils is. Maar toch is het goed om daar blijvend over na te denken, hoe we iedereen kunnen betrekken bij een reguliere dienst. Bijvoorbeeld door herkenbare en begrijpelijke prediking en aansprekende (beamer) liederen. De opzet van onze kerkdiensten is vrij traditioneel en die opzet vinden wij van grote waarde. Maar daarnaast is er ook ruimte voor variatie en vernieuwing. 
 
Waar zetten we op in?
-een aandachtspunt blijft de invulling van de erediensten
--door te zoeken naar voorgangers die in staat zijn om voluit Bijbels en eigentijds te preken
--door volop gebruik te maken van én het Liedboek én de bundel Op Toonhoogte
--door de beamer meer in te zetten, zodat ook andere goede liederen en/of een aansprekend filmpje gebruikt kunnen worden tijdens de dienst
--door meer gebruik te maken van de gaven en talenten van de gemeenteleden, b.v. als lector, door zang of muziek
--door meer betrokkenheid van de gemeente te creëren bij de eredienst door deze samen voor te bereiden
Maar ook door gemeenteleden persoonlijk te helpen met geloofsverdieping
--door het geven van de cursus Leven uit de Bron, Leer ons bidden enz. 
--door het helpen met Bijbellezen en bidden via een gemeentegroeigroep of Brongroep 
--door gemeenteleden te wijzen op de Bijbelapp, christelijke podcasts zoals Eerst dit enz. 
--door een gespreksavond te organiseren voor b.v. jonge ouders over geloofsopvoeding
Persoonlijke geloofsverdieping en –vernieuwing kan een positieve uitwerking hebben op het geheel van de gemeente. Als het goed is verhoogt het de bereidheid om de kosten van verandering en groei onder ogen te zien en te durven opbrengen. D.w.z. ook het besef van mede-verantwoordelijk zijn voor de gemeente en daar tijd en energie in willen steken. 


3.5. Gemeenschap -functioneren als een echte gemeenschap

Het woord zegt het al: een gemeenschap heeft iets gemeenschappelijks. Zij ontstaat door een gezamenlijk doel of gezamenlijk uitgangspunt. Bij een kerkelijke gemeenschap is dat uitgangspunt het Evangelie van Jezus Christus. En het doel is om met elkaar te groeien in het geloof en dat steeds meer handen en voeten te geven in de praktijk. Om die gemeenschap in stand te houden hebben we elkaar allemaal nodig. Net als bij elke vereniging of club is het ook belangrijk dat het werk in de kerk niet op de schouders van een kleine groep rust. De kerkelijke gemeenschap bestaat bij de gratie van de inzet van ieder lidmaat met zijn of haar eigen gaven. Met een klein aantal leden bouw je geen compleet kerkelijk huis, daarvoor heb je iedereen nodig die zich kan inzetten. De Geref. kerk van Wilsum is altijd een hechte gemeenschap geweest, mede op grond van hechte familiebanden. De gemeenschap is nog altijd hecht, maar zij is veel minder vanzelfsprekend dan vroeger. De tijd van nu knaagt er op verschillende manieren aan: de verbanden worden losser, mensen hebben het druk met vele zaken en/of zetten zich ook al in voor andere zaken (in het dorp), mensen willen geen lange verplichtingen meer aangaan, een oudere generatie die zich inzette trekt zich (noodgedwongen) terug enz. En ook de Coronacrisis heeft aan dat alles geen goed gedaan. De weg terug naar het kerkgebouw en de betrokkenheid op de gemeenschap is niet voor iedereen even logisch of gemakkelijk. Dat heeft allemaal effect op de kerkelijke gemeenschap.

Wat is er al? 
Er is nog steeds een groep betrokken mensen, maar door bovengenoemde zaken wordt deze wel kleiner. Mede door de Coronacrisis zien we dat een klein deel van de gemeente aan het wegglijden is van de gemeente, waardoor er minder “man- en vrouwkracht” beschikbaar is. Daardoor wordt de belasting van een kleine groep groter. Maar het vraagt flexibiliteit en “omdenken”. Dat is ook gebeurd: taken die voorheen door één persoon behartigd werden, worden nu door een grotere groep mensen gedaan, b.v. het beheren en onderhouden van “de Ontmoeting” en het netjes houden van de kerktuin. Toch zien we ook zo af en toe dat nieuwe mensen lid worden van onze gemeente. En een deel van hen zet zich inmiddels actief in. Dat stemt positief. 
Het kerkbezoek is na de coronaperiode (nog) niet terug op het peil van vóór de corona. En het bezoek aan de middagdiensten is significant afgenomen. Dit heeft ook te maken met het feit dat een aantal trouwe bezoekers op leeftijd is geraakt en niet meer kan komen. Ook de middelbare schooljeugd zien we maar heel weinig meer in de kerkdiensten.
Gemeenschap wordt niet alleen gezien en gevierd in de zondagse eredienst. Er zijn gelukkig ook kleinere groepsverbanden waarin de gemeenschap zichtbaar wordt. Catechisaties, waar momenteel zo’n 20 jongeren bij betrokken zijn. De vrouwengroep; ouderenmiddagen; de huisbezoeken; de GemeenteGroei groep/Brongroepen, de tuin-werkgroep enz. Dat alles ís gemeenschap en is gemeenschaps-bevorderend.

Waar zetten we op in?
-We blijven kijken hoe we meer mensen kunnen betrekken bij de gemeente:

--daarbij zoeken we niet allereerst naar de invulling van een vacature, maar kijken we welke gaven of talenten iemand heeft en hoe die kunnen worden ingezet (zie Romeinen 12). Dan komt iemand het meest tot zijn/haar recht en zal de taak met vreugde worden gedaan 
--daarbij zullen we creatief moeten zijn en kijken hoe we taken kunnen opsplitsen in kleinere taken, zodat het voor de gemeenteleden aantrekkelijker wordt om een kleinere taak op zich te nemen en meer mensen de schouders er onder zetten
--en we moeten meer actief inzetten op het betrekken van jongeren bij activiteiten van de kerk. B.v.
bij de beamerdienst, de bazar, de oppas, de kindernevendienst. Laat ze meelopen en geef ze verantwoordelijkheid
--en belangrijk blijft dat we oog hebben voor iedereen die iets doet voor en in de gemeente: aandacht daarvoor en waardering daarvan is enorm belangrijk! 
 
-We zullen meer moeten inzetten op andere gemeenschapsvormende zaken
--het koffiedrinken na de dienst (1x per maand) is weer opgepakt; dat was vanwege corona lange tijd niet gebeurd, maar inmiddels loopt dat weer 
--er zijn nu jeugddiensten die dan door een club worden voorbereid: dat bevordert betrokkenheid; een andere optie is om wijkdiensten te houden, voorbereid door gemeenteleden uit een bepaalde wijk samen met de voorganger: het effect is het zelfde als bij de jeugddiensten (zie ook onder punt 3.4)
--een andere vorm is om vaker met elkaar te gaan eten: dat gebeurt al gezamenlijk met de Hervormde gemeente tijdens het startweekend; en het wordt met de catechisanten gedaan aan het eind van het catecheseseizoen. Maar hoe mooi zou het zijn wanneer het vaker zou gebeuren, b.v. via  een terugkerende maaltijd in “de Ontmoeting” waarvoor men zich moet aanmelden; door een maaltijd waarbij de opbrengst voor een goed doel is; door een “running diner” te organiseren enz.enz. Als er iets gemeenschapsvormend is, dan is het samen aan tafel gaan
--we zijn aan het nadenken of het nog eens mogelijk is om een project buiten de gemeente te doen, het liefst met jong en oud samen. Organisaties als stichting Present of World Servants bieden mogelijkheden genoeg om het geloof handen en voeten te geven. Je daar samen voor inzetten als gemeente werkt gemeenschapsvormend en verbreedt de horizon, van zowel jongeren als ouderen  


3.6. Gastvrijheid -ruimte scheppen voor iedereen-

Gastvrijheid zou de normaalste zaak voor een gemeente moeten zijn. Maar in de praktijk ligt dat wel eens ingewikkelder. De Gereformeerde kerk van Wilsum is een kleine gemeenschap, dus iedereen kent iedereen. En vrijwel iedereen heeft zijn vaste plek in het kerkgebouw. Dat kan voor gasten en/of nieuwkomers als ongastvrij overkomen. Gelukkig wordt er in de praktijk flexibel mee omgegaan. En worden gasten/nieuwkomers ook gemakkelijker aangesproken. Gastvrijheid betekent daarnaast ook dat iedereen zich welkom mag voelen, ongedacht wie hij/zij is of welke meningen hij/zij er op na houdt. 

Wat is er al?   
de gemeente van de Gereformeerde kerk van Wilsum is een laagdrempelige gemeente als het gaat om de omgang met elkaar.
Als je als nieuweling of gast binnenkomt, voel je je welkom.
In de eredienst is ruimte voor spontaniteit, zowel van de kant van de voorganger als van de kant van de gemeente.
In de liturgie wordt geprobeerd meer oog te hebben voor de verschillende leeftijden, middels een beamerlied, een andere versie van de Tien Geboden, een pakkend voorbeeld enz. 
1x per maand is er koffiedrinken na de dienst in “de Ontmoeting”.
In de gemeente wordt er niet allemaal gelijk gedacht over verschillende zaken, maar dat wordt (doorgaans) niet als onderling breekpunt gezien.
Individuele gemeenteleden nodigen zo af en toe anderen uit om eens een eredienst mee te maken. 
Bij de jeugdclubs wordt ingezet op het meenemen van (niet-christelijke) vrienden.
De PR voor zaken die de gemeente betreffen loopt doorgaans via de nieuwsbrief, dus vrij intern gericht; alleen bij speciale diensten o.i.d. hangen er posters in het dorp,  staat er een uitnodiging in de plaatselijke uitgave, “de Corner”, gaat de uitnodiging rond via verschillende appgroepen. En  recenter wordt de uitnodiging ook geplaatst op de site van Dorpsbelangen en op Facebook.
Sinds een aantal jaren krijgt het hele dorp 2 maal per jaar het gezamenlijke kerkblad van de Hervormde gemeente en Gereformeerde kerk in de bus; met in het septembernummer alle activiteiten met gegevens van beide gemeentes op een rij, met daarbij de uitnodiging om eens te komen kijken bij één of meerdere van die dingen.
Tijdens de Coronaperiode is er een aantal keer een flyer in het dorp verspreid met daarop o.a. de uitnodiging om één van de voorgangers te benaderen indien een pastoraal gesprek of bezoek gewenst was.
Rondom de Hagenpreek in het kader van Wilsum 700, die plaats vond in 2022, is veel PR geweest. Deze Hagenpreek was zo’n succes dat het een blijvend iets lijkt te worden. Deze wordt gezamenlijk voorbereid door de voorgangers en gemeenteleden van de Hervormde gemeente en Gereformeerde kerk en wordt regio-breed onder de aandacht gebracht
 
Waar zetten we op in? 
--rond en tijdens de eredienst blijft het belangrijk om oog te hebben en te houden voor elkaar als jongere en oudere gemeenteleden, maar ook voor eventuele gasten/nieuwkomers; een praatje maken met elkaar, laten merken dat je elkaar ziet is enorm belangrijk --de PR rondom bijzondere diensten of andere interessante dingen in de gemeente zou beter kunnen; niet alleen intern gericht, maar nog meer naar buiten; daarbij zou nog meer gebruik gemaakt kunnen worden van social media 
--het koffiedrinken na de dienst zou -indien het in een behoefte blijkt te voorzien- in de toekomst vaker aangeboden kunnen worden dan 1x per maand
--de site van de kerk zou aangepakt moeten worden en veel meer relevante en up to date inhoud kunnen bevatten zodat het meer uitnodigend wordt
--de Gereformeerde kerk is van oudsher een confessionele gereformeerde gemeente, met duidelijke standpunten als het gaat om b.v. Avondmaal, belijdenis doen, het huwelijk. Binnen de gemeente staan daarover de standpunten niet altijd op één lijn. Ook hierin zijn we de vanzelfsprekendheid voorbij. Dat betekent ook voor de kerkenraad een blijvend zoeken naar hoe je vast wilt blijven houden aan wat deze gemeente altijd heeft beleden vanuit de Schrift. En tegelijk de bereidheid om blijvend contact te houden met elkaar en het onderlinge gesprek open te blijven voeren. Wij zoeken daarin naar een balans tussen een gemeente met een duidelijke identiteit, maar ook naar een gemeente met onderling respect voor elkaar. Omdat elk gemeentelid van waarde is voor de gemeente. Maar we beseffen goed: hoe duidelijker je identiteit, hoe bewuster mensen aan- of afhaken
 

3.7 Goed -de basistaken goed doen-

In een tijd waarin we merken dat de kerkgang minder vanzelfsprekend is, kun je als gemeente in de verleiding komen om heel hard te gaan lopen en allerlei ‘leuke’ dingen te gaan aanbieden. Maar dat vergt heel veel van een kleiner wordende groep en de vraag is of mensen daarom zullen blijven. Daarom is het goed om ons telkens weer af te vragen: Wat zijn onze kerntaken, wat is onze corebusiness en hoe kunnen we die zo goed mogelijk vorm en inhoud geven? Als basistaken zien wij de zondagse erediensten, de pastorale zorg, catechese/onderwijs, beheer en bestuur. 

Wat is er al? 
In de erediensten doen we waarvoor we geroepen zijn, nl. het eren en dienen van onze Heer, het vieren van de gemeenschap met God en met elkaar. Er zijn nog steeds 2 erediensten per zondag, maar zeker gezien de veranderde opkomst per dienst ná corona zullen we eerlijk moeten kijken wat er wenselijk en mogelijk blijft met het oog op de middagdienst. Inmiddels is het besluit gevallen om in de zomervakantiemaanden ’s middags geen dienst te houden in de Geref. kerk, maar wordt men verwezen naar de zustergemeente.  
De pastorale zorg is er voor alle gemeenteleden en is een hoofdtaak voor de voorganger en de ouderlingen. Beide proberen met elkaar de vinger aan de pols te houden en het bezoekwerk op elkaar af te stemmen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de coronaperiode enorm remmend heeft gewerkt op het bezoekwerk. Langzamerhand krijgt het gelukkig weer meer body en worden de gemeenteleden weer meer bezocht. Maar ook zorg en aandacht van de gemeenteleden onderling is onmisbaar! Daar wordt met regelmaat op gewezen, o.a. via de nieuwsbrief, via de voorbede in de kerkdienst of via het delen van adresgegevens van mensen in het ziekenhuis/revalidatiecentrum. 

Catechese lijkt in onze gemeente hét moment te worden waarop de jeugd en de dominee/de kerk elkaar ontmoeten. De zondagse eredienst lijkt daarvoor steeds minder de plek, zeker ná corona. Daarom besteden we veel tijd aan de voorbereiding van de catechese en is er veel ruimte voor gesprek en aandacht voor de jeugd.  Ook eten we zo af en toe met ze, om de ontmoeting in ontspannen sfeer te bevorderen. Inmiddels hebben we geen speciale jeugddiaken meer, maar is er een gemeentelid die de jeugdzaken in de gaten houdt en één en ander kortsluit met een vaste ouderling. 
Onderwijs vindt vanzelfsprekend plaats via de prediking in de eredienst en dus ook tijdens de catechese. Maar op een bepaalde manier ook in de vrouwengroep en de verschillende andere groepen waar de Bijbel opengaat. 
Het bestuur en beheer ligt in handen van een groep kerkrentmeesters die met liefde voor de gemeente en met de gaven hen gegeven daar op een goede manier inhoud aan proberen te geven.
De geldelijke middelen zijn tot nu toe nog altijd toereikend. Dat is iets om zeer dankbaar voor te zijn. Maar de vraag is of de financiën gelijke tred zullen houden met de kosten die gemaakt moeten worden voor de gemeente.
Tijdens de coronaperiode is er een actie op touw gezet om een camera met toebehoren te bekostigen, aangezien deze niet in de begroting was opgenomen. Deze actie bracht meer dan genoeg op voor de camera, zodat onze diensten sindsdien niet meer alleen met geluid, maar ook met beeld uitgezonden kunnen worden. Tot op de dag van vandaag hebben veel mensen daar profijt van en voelt de ‘kijker’ zich meer betrokken bij de erediensten

Waar zetten we op in? 
--in onze traditie is en blijft de eredienst erg belangrijk. We willen naar manieren blijven zoeken om mensen te stimuleren om de diensten te blijven bezoeken, door in  persoonlijke contacten er over te spreken, door gemeenteleden meer te betrekken bij de diensten enz. Een volle kerk, elke zondag, is misschien niet meer realistisch. Maar een betrokken en vierende gemeente vormen, dat is wel waar we naar blijven verlangen
--de pastorale zorg blijft ook een heel belangrijke speerpunt. Tijd en aandacht voor mensen is een schaars goed aan het worden in onze maatschappij. Wat een zegen dat we die beide dingen vanuit de kerk wel kunnen bieden. Al is het ook voor de (werkende) ouderlingen en de voorganger, die meerdere taken heeft, soms een zoeken naar een geschikte tijd en een geschikt moment om de gemeenteleden te bezoeken. Niet alleen in crisistijden, maar ook zomaar, als dingen ‘gewoon’ goed gaan. Goede pastorale zorg betekent ook een grotere betrokkenheid bij de gemeente als geheel 
--er bestaat een soort van ‘denktank’ gevormd door clubleiders, een aantal andere gemeenteleden,  die hart hebben voor de jeugd, en de voorganger. Door hen wordt zo af en toe nagedacht over mogelijkheden waardoor de jeugd meer betrokken kan worden bij en binding ervaren met de gemeente; er zijn verschillende dingen bedacht, zoals betere communicatie met de ouders van de jongeren/catechisanten en een jeugdwerkkalender in de maandelijkse nieuwsbrief; en er is een avond geweest over geloofsopvoeding voor de ouders met jonge kinderen/pubers.  
--Onderwijs via de prediking en catechese blijft keihard nodig! Zeker de jonge mensen van tegenwoordig weten enorm weinig van het Evangelie. Maar ook bij andere generaties hapert het aan kennis van de Bijbel. En daarnaast is ook de vertaalslag naar het hier en nu van groot belang: wat heeft het Evangelie van toen te maken met mijn leven hier en nu? 
Daarnaast blijven we inzetten op kleine groepen/Brongroepen, waarbij de Bijbel opengaat en er samen over gesproken en nagedacht wordt. Zo komen we samen prachtige dingen op het spoor en merken we dat het Woord ook aan ons eigen leven raakt. 
--Financieel zullen we alert moeten blijven: het college van kerkrentmeesters zal daarbij haar kundigheid volop moeten inzetten en de vinger aan de pols moeten houden. Tegelijkertijd zal er ook telkens weer een beroep gedaan moeten worden op de leden om hun verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het gaande houden van onze gemeente en alles wat daarbij komt kijken. Aktie Kerkbalans is een goed middel hierbij. 
Er is daarnaast al jaren een groep gemeenteleden die zich enorm inzet om extra gelden te verzamelen voor de gemeente, b.v. door middel van het verkopen van worsten en het organiseren van een bazar. Een ander gemeentelid verzamelt oud ijzer en de helft van de opbrengst is voor de kerk. Misschien zouden er ook nieuwe initiatieven ontwikkeld kunnen worden, b.v. een ‘gavenveiling’ of verkoop van mooie spulletjes via Marktplaats o.i.d. 
Het belangrijkste blijft: hoe meer betrokkenheid, des te meer bereidheid om financieel bij te dragen aan het kerkelijk leven. Daar ligt ook de kracht van de gemeente! Betrokkenheid op elkaar, vanuit de leden naar het geheel van de gemeente, van de voorganger en kerkenraad op haar leden en uiteindelijk ook de betrokkenheid van gemeenteleden onderling. 
Het zou kunnen zijn dat we dingen zullen moeten loslaten in de toekomst omwille van de financiën. Wijsheid om goede keuzes daarin te maken is dan zeker nodig! Maar vooralsnog zetten we in op genoeg financiële ruimte voor alles wat nodig is voor het gemeente-zijn! 

TOT SLOT
We kunnen als gemeente en kerkenraad heel wat willen en plannen. Maar uiteindelijk weten we ons ten diepste afhankelijk van onze Here God. “Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers” zegt Psalm 127:1. En die woorden moeten we ons altijd weer ter harte nemen. Daarom blijft het bittere noodzaak om biddend Gods leiding te zoeken om te ontdekken wat heilzaam is voor de Gereformeerde kerk van Wilsum. En wat wij mogen doen en betekenen voor de geloofsgroei van haar leden en de verbreiding van het Evangelie, dichtbij en ver weg. 
 
×